Stichting familie van Riemsdijk, Overijsselse tak

een notabel geslacht door de eeuwen heen ....

Dokter Frans Willem van Riemsdijk 'bestolen' ...

Toen, op 26 januari...

 

Bij een speurtocht in het archief van de voormalige gemeente Stad Hardenberg stuitten we bij toeval op een bijzonder aardig document. Het bewuste archiefstuk dateert van 26 januari 1859 en is geschreven door een ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de kantonrechtbank in Ommen. In zijn brief aan mr. Jan van Delden, de burgemeester van Stad Hardenberg, reageert de ambtenaar van het O.M. op twee door hem ingezonden processen-verbaal en laat hij weten dat de rechtbank niet tot vervolging zal overgaan.

 

De processen-verbaal waren opgesteld door veldwachter Gerard van Laar. Hij was waarschijnlijk niet aangenomen op basis van zijn schriftelijke taalvaardigheden, zoals straks mag blijken. Hij zal ongetwijfeld andere kwaliteiten hebben gehad als oud-militair.

 

Van Laar had twee personen aangehouden op verdenking van het stelen van knollen uit een akker van dokter Frans Willem van Riemsdijk. Het ging om de 30-jarige Geertjen en de 12-jarige Cornelia Zweers, halfzusjes van elkaar. De veldwachter verantwoordde zijn arrestaties in twee processen-verbaal die we hierna onverkort en getranscribeerd laten volgen:

 

fwvriemsdijk bestolen

Proces-verbaal (I)
"Op heden den vierdentwinsen der maand jannuahrij achtien onderd negen vijftig des achtermiddags ongever drie uurren heb ik Gerrad van Laar, veldwachter in de gemeente Stad Herdenbergh en aldaar woonachtig, houder van mijnne aanstelling en op den eed bij de aanvaarding van mijnne bediening afgelegt, op suveljansie bevinden langs de voedpad door de Riete genaampt bevont daar een meisjen bezig met plukken van knollen, welk meije bekend is onder den naam van Gertien Zweers, dogter van Gerrad Zweers, erbeider, woonden te Hardenbergh, in de Prutterij genaampt. Et welke land zij bezig was aar niet toebehoorden en gen promiszie hat van den eigenaar. Et gemelde lant behoord aan den dokter F.W. van Riemsdijk, dokter en geneesheer te Herdenbergh. Waarvan ik deze gemelde Gertien Zweers van deze overtredig hep bekend gemaakt en van welke bevindig ik dit prozes verbaal hep opgemaakt op dag en jaar in het hooft deze vermeld. En getekend, Gd. van Laar".

 

Proces-verbaal (II)
"Op heden den vierden twinsen der maand jannuarij achttien onderd negen vijftig des achtermiddags ongever drie uure heb ik Gerrad van Laar, veldwachter in de gemeente Stad Herdenbergh en aldaar woonachtig, houder van mijnne aanstelling en op den eed bij de aanvaarding van mijnne bediening afgelegt op suveljanssie bevinden langs de voedpad door de Riete genaampt, bevonden daar een meisjen bezig met plukken van knollen, welk meije bekend is onder den naam van KaneellieJa Zweers, dogter van Gerrad Zweers, erbeider woonden te Herdenbergh, in de Prutterij genaampt. Et welke land zij bezig was aar niet toebehoorde en geen promiszie hat van den eigenaar. Et gemelde land behoorde aan den dokter Frans Willem van Riemsdijk, dokter en geneesheer te Herdenbergh, waarvan ik deze gemelde KaneellieJa Zweers van deze overtredig hep bekend gemaakt, en van welke bevindig ik dit proces verbaal hep opgemaakt op dag en jaar in hooft deze vermeld, en getekend. Gd. van Laar".

 

We zien dat Van Laar zijn verbalen bijna fonetisch schreef. Hier en daar ‘vergat’ hij de ‘h’ te schrijven, waarschijnlijk omdat de Hardenbergers die meestal ook niet uitspraken. Het jaar 1859 schrijft hij bijvoorbeeld als 'achtien onderd negen vijftig'. Het Franse leenwoord ‘surveillance’ was ook een lastige blijkbaar, want daar maakte de veldwachter 'suveljansie' van, ook fonetisch geschreven. Het Nederlandse woord ‘permissie’, voor toestemming, werd 'promiszie'.

 

Ook de wijze waarop Van Laar een van de namen van de gearresteerde dames Zweers schreef, is opvallend. Hij noteerde in het tweede verbaal dat de voornaam van de geverbaliseerde 'KaneellieJa' (Cornelia) was.

 

Het antwoord van het Openbaar Ministerie op de ingezonden processen verbaal luidde:

"Ommen 26 january 1859. Aan den heer burgemeester Stad Hardenbergh.
Uit de beide hierbij teruggaande processenverbaal, mij gezonden bij uwe missive van 26 january jl. no. 30, blijkt volstrekt niet gelijk bij die missive wordt gezegd, dat daarbij diefstal van veldvruchten heeft plaats gehad en niets anders dan dat de beklaagden knollen hebben geplukt, zonder vergunning. Kunnen de relazen in zooverre worden gewijzigd dat diefstal of poging tot diefstal blijkt, zal ik dezelve terug verwachten, zoo er geen diefstal of pogingen daartoe te bewijzen zijn, dan is het vernielen van veldvruchten, en kan ik het niet vervolgen.

 

Waarom heeft Van Laar niet zoolang gewacht tot zij knollen medenamen? Hebben ze soms knollen medegenomen, laat zulks dan in het verbaal vermelden. Zijn er daadzaken bij gebeurd waaruit het doel om ze zich toe te eigenen blijkt, dan kan ik het ook vervolgen, als zulks bij het verbaal wordt geconstateerd".

 

Al met al leep deze diefstal of baldadigheid met een sisser af, want de halfzusjes Zweers hoefden zich voor deze zaak niet te verantwoorden bij de kantonrechter.

 

Met dank aan Erwin Wolbink